[Wet en regelgeving] [Organogram] [Secties] [Speelautomaten] [Kwaliteit] [Verantwoord ondernemen] [Jaarverslag] [Ondernemerscode] [Feiten en cijfers] [Publicaties] [Pers]

Certificering ] Reclamecode ] [ Cursussen ] Erkende opleiders ]

Cursussen voor amusementscentra

Medewerkers van amusementscentra die zijn aangesloten bij de VAN volgen cursussen die verplicht worden gesteld in de Criteria voor amusementscentra of in het Speelautomatenbesluit 2000. Het gaat om de volgende cursussen:

  • Kansspelproblematiek en basisgespreksvaardigheid (Module A)

  • Conflicthantering en cliëntgericht handelen (Module B)

  • Vervolgcursussen kansspelproblematiek (Module C)

Hier vindt u informatie over deze cursussen, voor wie ze zijn en door welke instellingen de cursussen worden aangeboden.

Uit: Criteria voor amusementscentra:
Bevoegdheid
medewerker
Omschrijving
 
Cursus eisen
 
Bevoegd persoon Controlerend persoon Beveiliging
 

Overige
functies

Aanspreken Bevoegdheid tot aanspreken op kansspelproblematiek Module A

Module C

 X

 -

 -

 -

Aanspreken Bevoegdheid tot aanspreken op toegang en gedrag conform voorschriften/ huisreglement Module B[1]

 

X

 

-

 

X

 

-

Controleren Bevoegdheid tot controleren/ toezichthouden, signaleren van onregelmatigheden en kenbaar maken bij bevoegd persoon Module A x x - -
Module B

[1] In geval van een gediplomeerde beveiliger in het kader van de WPBR is een vrijstelling mogelijk.

De criteria voor amusementscentra stellen voorts het volgende met betrekking tot de cursussen:

  1. Van de opleidingsmodules dient eerst module A gevolgd te worden alvorens module B gevolg kan worden, met dien verstande dat uiterlijk één jaar na indiensttreding het certificaat van module A behaald moet zijn en uiterlijk twee jaar indiensttreding module B behaald moet zijn.
  2. Het opleidingsinstituut voor module A dient zowel door GGZ Nederland als de VAN erkend te zijn, het opleidingsinstituut voor module B dient alleen door de VAN erkend te zijn. Voor module B geldt dat voor erkende opleidingen in het kader van de Wet Particuliere Beveiligingsorganisaties en Recherchebureaus (WPBR) vrijstelling mogelijk is.

Naast bovengenoemde cursus eisen uit de "Criteria voor amusementscentra" stelt het Speelautomatenbesluit 2000, (artikel 5, lid 2) als eis dat bedrijfsleiders en beheerders van een speelautomatenhal beschikken over een bewijsstuk waaruit blijkt dat zij beschikken over voldoende kennis en inzicht met betrekking tot het gebruik van speelautomaten en de daaraan verbonden risico's van gokverslaving. Deze eis wordt vorm gegeven door de cursus kansspelproblematiek en basisgespreksvaardigheden (module A).

GGZ Nederland verstrekt tegen overlegging van het behaalde certificaat het in het Speelautomatenbesluit 2000 bedoelde bewijsstuk. Dit bewijsstuk is vier jaar geldig. Daarna dient een vervolgcursus doorlopen te worden.