E-Captain
Euromat
LinkedIn
Facebook
Twitter

Verantwoord spelen

Alle landelijke vergunninghouders van kansspelen en exploitanten van speelautomaten zijn zich bewust van hun maatschappelijke verantwoordelijkheid. Die bestaat naast de verantwoordelijkheid die de deelnemer zelf voor zijn eigen gedrag heeft. Daarom zijn deze aanbieders al lang actief op het gebied van verantwoord spelen. Verantwoord betekent het aanbieden van producten die wettelijk zijn goedgekeurd en voldoen aan wettelijke normen die deelnemers beschermen tegen overmatig speelgedrag. Daarnaast voeren zij waar nodig een preventiebeleid om de deelnemers te informeren, eventueel aan te spreken en mogelijk door te geleiden naar professionele hulp. Dit doen zij met goed getraind personeel dat ter zake kundig is. Afhankelijk van het soort kansspel kan dit vele vormen aannemen. Sommige aanbieders baseren zich ten slotte naast de wettelijke regels vaak ook op bovenwettelijke regels die zij zichzelf opleggen.

Vanaf 1995 zelfregulering, in 2013 deels wetgeving

Al sinds de jaren negentig hebben de leden van de VAN hun maatschappelijke verantwoordelijkheid genomen door een uitgebreid preventiebeleid te ontwikkelen. Dit beleid was tot 2013 geheel op basis van zelfregulering en gebaseerd op de toenmalige KEMA criteria. Op basis van deze criteria vond destijds certificering plaats door de KEMA. Met de introductie van art. 4a in de Wet op de Kansspelen (zorgplicht) en de uitwerking hiervan in onderliggende regelgeving is een deel van dit beleid in wettelijke regels vervat.

Iedere ondernemer die een speelautomatenhal, ook wel amusementscentrum genoemd, exploiteert, voldoet op het gebied van Responsible Gaming aan de wettelijke eisen van

1.            Toegangscontrole

2.            Informatie verstrekken aan gasten (o.a. informatie over verantwoord spelen).

3.            Toezichthouden op gasten

4.            het volgen van cursussen Kansspelproblematiek door alle medewerkers:

i.             Niveau 1: signaleren

het volgen van cursussen door de eerst verantwoordelijken (bedrijfsleiders en beheerders):

ii.            Niveau 2: gespreksvaardigheden

iii.           Niveau 2: vervolgcursus

Bij het goed afronden van de cursus op niveau 1 en 2 ontvangt de deelnemer zijn Wettelijk Bewijsstuk Verslavingszorg

5.            Minimaal één medewerker op dienst moet in het bezit zijn van het wettelijk bewijsstuk (GGZ-certificaat)

6.            Minimaal één medewerker op dienst moet in het bezit zijn van zijn/haar BHV- certificaat (Bedrijfshulpverlening).

7.             De medewerkers die vernoemd worden op de exploitatie- en/of aanwezigheidsvergunning dienen in het bezit te zijn van een VOG (Verklaring Omtrent Gedrag).

Vanaf 2013 nog steeds deels zelfregulering

Een ander deel bestaat nog steeds uit zelfregulering. De bij de VAN aangesloten ondernemers doen dus nog steeds meer dan de wetgever van hen verlangt. De na te leven criteria, de ‘criteria voor amusementscentra (nu:versie 1 april 2011 versie 1.1)’ zijn een vervolg op bovengenoemde KEMA-criteria. Middels de door alle leden ondertekende ondernemerscode maken deze criteria onderdeel uit van de lidmaatschapsverplichtingen.

In de alledaagse praktijk houdt dit het volgende in:

1.            Monitoren speelgedrag: bij het vertonen van overmatig speelgedrag wordt de gast door een hiervoor bekwame medewerker aangesproken (in een        daarvoor aangewezen ruimte).  Op hoofdlijnen wordt in een dergelijk ‘gesprek gast’ het navolgende besproken:

a.            Maximale bezoekfrequentie, maximale verblijfsduur dan wel speeltijd van een bezoek én maximaal bestedingsbedrag.

2.            Vrijwillige lokale toegangsverboden (betekent in bepaalde steden het uitwisselen van de toegangsverboden):

a.            Gast de mogelijkheid geven of aanbieden om tot een verbod te komen.

b.            Doorverwijzingsprotocol (betekent doorverwijzen naar de regionale verslavingszorginstanties).

c.            Handhaving (controle op gedrag)

3.            In aanvulling op de wettelijke eis (niveau 1 en niveau 2) moet nog een cursus conflicthantering worden gevolgd.

4.            Transparante weergave geldstromen (aantoonbaar en herleidbaar)

Erkende opleidingsinstituten

Voor de opleidingen op (niveau 1 en niveau 2) zijn de volgende cursusaanbieders de door de VAN en GGZ Nederland erkende opleidingsinstituten:

Met uitzondering van Context at Work zijn deze opleidingsinstituten ook erkend door de VAN voor het onderwijzen van de cursus conflicthantering.

DEKRA Aspectcertificaat

Als de ondernemer van een amusementscentrum de DEKRA-criteria naleeft, kan dit worden getoetst door de DEKRA Certification BV. Mocht de audit van het amusementscentrum met een goed resultaat worden afgerond, dan ontvangt het amusementscentrum het DEKRA-Aspectcertificaat. Hiermee wordt aangetoond dat aan de gestelde criteria is voldaan.

Brief DEKRA

In een brief van DEKRA is te lezen hoe de VAN-leden met het preventiebeleid omgaan. Deze brief heeft overigens uitsluitend betrekking op de door de DEKRA gecertificeerde organisaties/locaties.

Horeca

In de horeca beschikken de horecaondernemer en zijn medewerkers over de nodige kennis met betrekking tot kansspelen. Dit is onderdeel van de opleiding Sociale Hygiëne die door de Drank- en Horecawet verplicht wordt gesteld voor bedrijven of organisaties die alcohol schenken en/of verkopen.

Deze eis geldt niet alleen voor de bedrijfsleider of de eigenaar maar geldt voor alle medewerkers. Tijdens openingsuren moet er namelijk altijd tenminste één persoon in het bedrijf aanwezig zijn, die de verklaring Sociale Hygiëne heeft. Bovendien is iedereen die op de vergunning vermeld staat, verplicht deze verklaring in bezit te hebben.

Voorlichting spelers en preventie in de praktijk

De voorlichting aan spelers over de risico’s van het kansspel vindt overigens plaats via de recent vernieuwde website www.gokwijzer.nl  Hier zijn filmpjes te vinden die illustreren hoe de leden omgaan met het preventiebeleid.